MTR tankjes

Algemeen.

Aan het tankje van een MTR model worden een aantal eisen gesteld, een daarvan wordt gedicteerd door de regels (maximale inhoud 10cc), de andere eisen volgen uit het specifieke gebruik. De bedoeling van dit verhaal is niet om te beschrijven hoe de ultieme MTR tank gemaakt moet worden, er zijn vele wegen die naar Rome leiden. Wel is de hier beschreven tank in de praktijk beproefd en blijkt goed te werken. Niets van wat ik hier opschrijf is nieuw, laat staan door mij verzonnen. Alle aspecten zijn in een of andere vorm al eens door anderen beschreven. Zie dit maar als een samenvatting die beginners alle noodzakelijke informatie in 1x opdist en ze in staat stelt snel resultaat te bereiken. Als ze daardoor ook een beter begrip krijgen waarom het ene systeem werkt en het andere niet, des te beter.

 
Materiaal.
Voor zelfgemaakte tankjes is blik of dun messing nog altijd de norm. Gebruik niet te dun materiaal in een poging gewicht te besparen, dat heeft na verloop van tijd de neiging op de randen te gaan scheuren. Als je tank uitkomt op een gewicht tussen de 10 en 15 gram heb je het goed gedaan. Een goed bruikbaar alternatief is balsa aan de binnenzijde bekleedt met alu-folie. Dat levert zeker een lichtere tank op maar is kwetsbaarder en vereist vrijwel zeker dat je het vulpijpje ergens anders aan vastmaakt en vervolgens met een slangetje aan de tank koppelt. Zelf heb ik er weinig ervaring mee maar op de site van Loet Wakkerman staat een heldere beschrijving en hoewel het hier om combat tankjes gaat is dezelfde methode ongetwijfeld ook voor een MTR tankje te gebruiken.

 
Vorm.
Omdat 10cc niet veel is en net genoeg om 30-40 ronden te kunnen vliegen is het belangrijk dat de tank helemaal leeg gevlogen kan worden. Ook de laatste druppel kan belangrijk zijn en daarom mag er zo min mogelijk brandstof op de wanden van de tank in de vorm van kleine druppeltjes overblijven. Daarom is een bolvormige tank vanuit dat oogpunt ideaal, minimaal oppervlak bij maximale inhoud. Zoals met veel dingen kleven er aan dit ideaal weer andere bezwaren maar een tankvorm die de bolvorm zo goed mogelijk benaderd is altijd beter dan een simpele ‘schoenendoos’. Een goed gekozen vorm helpt ook de laatste restjes brandstof precies naar het punt te krijgen waar je het hebben wilt, bij de fuelpickup.

Een bekend probleem van snel accelererende modellen is dat de motor de eerste ronde haperend gaat lopen. Brullend verlaat het model de hand van de pitman maar nog nauwelijks op snelheid ‘zakt’ de motor in, gaat haperend lopen of slaat zelfs af. Meestal wordt dit veroorzaakt door het feit dat de brandstof naar de achterkant van de tank klotst, als daarbij de fuelpickup geheel of gedeeltelijk droog komt te staan heb je een probleem. Tanks met de fuelpickup helemaal aan de voorzijde zijn gevoelig voor dit probleem dat vaak alleen met kunst en vliegwerk opgelost kan worden (even een vinger op de venturi oid. zodat de motor ‘verzopen’ weggaat). Daarom kun je de fuelpickup beter iets achter de uiterste voorkant van de tank plaatsen, het hoeft niet veel te zijn want de tank is bij vertrek als het goed is propvol en zo veel te klotsen valt er dus niet.

 

Bovenstaande leidt tot de volgende ‘ideale’ vorm in bovenaanzicht:

    
    
    

image001  image002
   Vliegrichting



      
                                                          
De schuin naar achteren lopende voorkant zorgt ervoor dat de fuelpickup die in de rechte hoek aan de buitenkant is geplaatst niet helemaal voorin zit en de wigvorm dwingt de brandstof die tijdens het vliegen door de middelpuntvliedende kracht naar buiten wordt gedwongen en nagenoeg verticaal in de tank ‘staat’, uiteindelijk in het laatst overgebleven hoekje en daar zit alweer …. de toevoer naar de motor. Het is bij lange na geen bol maar wel veel boller dan de eerder genoemde schoenendoos. 

 

Loodgieterswerk.
De plaatsing van de pijpjes moet zodanig zijn dat de tank helemaal gevuld kan worden en ervoor zorgen dat de tank tijdens het vliegen niet leegloopt (hoe alle brandstof via de brandstoftoevoer eruit gaat hadden we boven al behandeld). De overloop soldeer ik daarom altijd bovenop de tank in de rechte hoek boven de brandstoftoevoer en ik laat hem vervolgens helemaal door de romp lopen en buig hem naar voren. Het uiteinde van het pijpje wat op de tank komt buig ik in een hoek van 90 graden en daarna vijl ik een van de pootjes helemaal af:

 

vooraanzicht  
 vooraanzicht  

 

Omdat een MTR model tijdens het pitten op de binnenvleugel steunt en iets achterover staat wordt de tank nu altijd volledig gevuld. Deze plaats heeft nog een voordeel als je met een vulventiel werkt wat na het vullen zichzelf sluit. In dat geval is de overloop ook de enige toelaat van de lucht die tijdens het vliegen langzaamaan de plaats van de brandstof inneemt. Daardoor ontstaat een Uniflow effect wat ervoor zorgt dat de brandstofdruk onafhankelijk is van het vulniveau van de tank. De ideale brandstofafstelling zal dan aan het begin en het einde van de vlucht identiek zijn. Bij normale beluchting kan zeker bij een heel brede tank het effect optreden dat de motor steeds armer gaat lopen omdat de brandstofdruk gestaag afneemt. Als je meer over Uniflow wilt weten praat dan maar eens met F2B vliegers, die zijn ermee opgegroeid.

Gebruik je geen vulventiel plaats de vulpijp dan helemaal aan de voorkant aan de binnenzijde van de tank en zorg ervoor dat het pijpje voorovergebogen in de propellorwind staat om het leegzuigen van de tank door de langsstromende lucht te beperken. Hoe diep je het pijpje in de tank laat steken is onbelangrijk. Ik doe meestal tot de halve diepte dan kun je het pijpje ook aan de binnenkant vastsolderen.

 

Plaats en afmetingen.
De afmetingen kun je binnen de grenzen van de 10cc regel behoorlijk varieren. Meestal is het verstandig de tank niet te breed te maken zodat de buitenkant ongeveer in lijn is met de sproeiernaald. Dit geld ook voor de hartlijn van de tank. Als je hiervan teveel afwijkt loop je het risico dat de afstelling op de grond teveel verschilt van die tijdens het vliegen. Mijn tankjes zijn plm. 22mm hoog, 45mm lang en 16mm breed. Verder is het belangrijk de tank zo dicht mogelijk achter de motor te plaatsen, alweer om acceleratie problemen te voorkomen. Het verdient de voorkeur de tank afneembaar te maken om lekken te kunnen repareren of aanpassingen te doen.

 

Op bijgaande foto zie je drie voorbeelden van werkende tankjes, veel soldeerplezier.

MTR Tank 002

Joomla templates by a4joomla