MTR model beschrijving


Het Model.

Dit MTR model is gebaseerd op een ontwerp van Loet Wakkerman. In 2005 heb ik braaf de belangrijkste maten van zijn teamrace-model opgeschreven en daar mijn ‘eigen’ model van gemaakt


Ik heb geen maatschets maar de foto’s met op de achtergrond een raster van 1x1 cm geven denk ik voor een min of meer ervaren bouwer voldoende informatie. Voor vragen kun je me altijd mailen (Dit e-mailadres wordt beveiligd tegen spambots. JavaScript dient ingeschakeld te zijn om het te bekijken.). Ik stel eenvoudige eisen aan een model; het moet liefst makkelijk te bouwen zijn zonder gebruik te maken van exotische technieken en materialen, het model moet robuust zijn en goed vliegen. Goed vliegen betekent voor mij dat het stabiel is, het model moet als het ware zichzelf vliegen en ik moet rustig even naar iets anders kunnen kijken zonder bang te zijn dat het model daar nerveus van wordt. Tenslotte moet het model redelijke zweefeigenschappen bezitten en niet de neiging hebben direct nadat de motor afslaat moeder aarde op te zoeken, daardoor lukt het beter het model netjes bij de pitman af te leveren. Ten aanzien van het ontwerp heeft dit een aantal consequenties; een voldoende voorlijk zwaartepunt zorgt voor de gewenste stabiliteit, een lage vleugelbelasting zorgt ervoor dat het model wil blijven vliegen, 35-40 gr/dm2 is goed genoeg maar vergis je niet, dat is vergelijkbaar met de vleugelbelasting van een volwassen F2B kist en bij de vleugeloppervlakken die gangbaar zijn ( 7-10 dm2) betekent dit dat je van begin af aan moet proberen licht te bouwen om het model onder de 300-400 gram te houden. Een D-vleugel of variant daarop ligt voor de hand omdat de kans op rompbreuk vergeleken bij een klassiek ontwerp nagenoeg nihil is. Bovendien is het eenvoudiger licht en recht te bouwen. Het model heeft een spanwijdte van 62,5 cm en de maximale koorde van de vleugel (ter hoogte van de romp) is 21,5 cm gemeten van de vleugel voorrand tot aan de scharnierlijn van het hoogteroer. Daardoor kan de vleugel uit 1 enkel plankje balsahout worden gemaakt. Voor dit model heb ik gebruik gemaakt van een plankje 10mm kwartiersgezaagd hout (quarter grain) met een gewicht van 115 gr. Lichter kan maar dan wordt het wel belangrijker om de vleugel door middel van een professionele afwerking met epoxy/glasdoek te versterken. Omdat ik niet de beschikking heb over apparatuur om het glasdoek onder vacuüm op te brengen viel dit voor mij af. De romp is gewoon uit de vrije hand gefantaseerd en daarbij heb ik alleen rekening gehouden met voldoende rompdiepte ter plaatse van het onderstel zodat dit onderdeel, wat harde klappen te verduren krijgt, zo kort mogelijk gehouden kon worden en er voldoende ruimte beschikbaar was om het pootje goed te monteren.

Bij dit model heb ik ervoor gekozen de leadouts niet in te bouwen, dat maakt de hele constructie een stuk sneller en eenvoudiger en hoewel het een aerodynamisch nadeel oplevert denk ik niet dat dit al te groot zal zijn. Ingebouwde leadouts zijn natuurlijk wel veel mooier. Omdat ik een eenvoudige afslag tussen tank en motor in gedachten had heb ik het draaipunt van de belcrank aan de buitenzijde van de romp geplaatst zodat de afslag eenvoudig met een kabeltje vanaf belcrank/stootstang geactiveerd kan worden. Daardoor moeten er in de romp wel uitsparingen gemaakt worden voor de leadouts. De stootstang is halverwege de vleugel zodanig gebogen (een Z met rechte hoeken) dat hij over de bovenkant van de vleugel naar het roertje loopt. De afslag wordt dus geactiveerd (bij ‘down’ sturen) door een trekbeweging vanaf de belcrank.

Het hoogteroer is symmetrisch uitgevoerd dat wil zeggen aan beide zijden van de romp in tegenstelling tot veel andere ontwerpen waarbij alleen aan de buitenzijde een werkend hoogteroer is gemonteerd. De enige gedachte die ik daarbij had is dat ik graag met zo klein mogelijke roeruitslagen vlieg en een twee keer zo groot roer hoeft minder ver uit te slaan om effectief te zijn. Vereist is dat natuurlijk absoluut niet, met 1 roer vliegt het model ongetwijfeld even goed. Misschien vind ik het ook wel mooier zo.

Dat is alles wat er over het model te vertellen is.

 

MTR-model-zijkant MTR-model-boven

 

 

Constructie.

Vleugel.

Zoals gezegd is de vleugel zodanig gedimensioneerd dat 1 plankje balsa groot genoeg is. Je moet wel even nauwkeurig passen en meten en bereid zijn in de achterste helft van de vleugel een naad te accepteren maar die verdwijnt uit het zicht als de vleugel in de romp is gelijmd. De buitenvleugel is 1,5 cm korter dan de binnenvleugel. De voorkant van de vleugel loopt vanaf het midden 0,5 centimeter terug. Het wigje wat je daarvan overhoudt plak je aan de voorzijde van de binnenvleugel. Aan de voorkant van de buitenvleugel plak je vervolgens een latje vuren of abachi. De gebogen achterlijst wordt versterkt met een dun latje 3 mm vuren of abachi. Tegen de achterkant ter plaatse van het hoogteroer plak ik twee 1 cm brede strookjes 1,5 mm balsa waarin ik al de uitsparingen voor de scharnieren heb gemaakt, dat is makkelijker dan later in een dun stukje hout het gleufje voor het scharnier maken.
Er is aan deze vleugel een belangrijk aandachtspunt waarmee je al bij het samenstellen van de vleugel en met name bij het lijmen van de achterlijst rekening moet houden. In totaal zitten er drie verschillende profielen in de vleugel; het middendeel (over de breedte van het roer) heeft een oplopende achterlijst. De hartlijn daarvan ligt 2 mm hoger dan van het daar direct daaraan grenzende profiel waarvan de hartlijn 3mm boven de onderkant ligt. De middensectie heeft een dikte van 9 mm. Hierdoor ontstaat er een aan de achterzijde omhoog gewelfd profiel in het vleugelmiddendeel (als je goed kijkt is het te zien op het zijaanzicht) en het idee is (beschreven door de gebroeders Van Uden bij hun ‘KOBUS’ teamrace-model) dat daardoor het model met een neutrale roerstand rechtuit gevlogen kan worden. Een vliegende vleugel heeft namelijk sterker dan een klassiek model de neiging de hele tijd voorover te duiken, dit moet je compenseren met een beetje up of zoals de gebroeders Van Uden deden door gebruik te maken van een oplopende achterlijst. In theorie levert dat wat minder weerstand op dan de hele tijd met een beetje up vliegen. Of het waar is?? Ik vond het wel aannemelijk klinken en ben tevreden over het resultaat al is het bouwen daardoor wel een complexere aangelegenheid geworden (maar als het af is ben je zo tevreden met jezelf). Zoals gezegd, het derde profiel is het tipprofiel wat zuiver symmetrisch is met een dikte van 6 mm. Al met al vergt hierdoor het schaven en schuren van de vleugel nogal wat aandacht. Precies meten lukt natuurlijk ook niet en veel moet je op het gevoel en zicht doen. Gebruik een liniaal om te zien of het profiel gelijkmatig verloopt en teken met zacht potlood hulplijnen op het hout. Wat ik erg praktisch vind is rondom op de zijkant de hoogte van de hartlijn aan te geven en daar al schavend en schurend naar toe werken. In het vleugelmiddendeel heb ik boven en onder strookjes 1 mm triplex ingelegd om de belcrank vast te maken. In de tip van de buitenvleugel lijm ik 10gram lood.

Romp.

De romp is een standaardconstructie van 10mm zacht balsa met vrij korte hardhouten motordragers (tot 6 cm achter de motor). De voorzijde is aan beide kanten verstevigd met 1,5 mm triplex. Om de naaf van de motor netjes aan te laten sluiten lijm ik de voorkant eerst helemaal dicht met blokjes balsa en daarna schuur ik een halfronde opening voor de propellornaaf. Het triplex laat ik aan de randen netjes dun verlopen. Natuurlijk is de neus en met name de romp/vleugelverbinding verstevigd met een wang. Omdat de onderstelpoot op de zijkant van de romp is gemonteerd is de romp ter plaatse verder niet versterkt. Ik gebruik aan allebei de kanten van de romp slotmoeren om de boutjes van het onderstel door te voeren. Aan een kant wordt daar het schroefdraad uitgeboord. Verder zitten er aan de romp geen bijzonderheden of het moest zijn dat ik naar achteren toe alleen aan de buitenkant materiaal weghaal tot ter hoogte van het kielvlak nog een rompdikte van 3mm resteert. Daardoor is de romp als het ware gekromd met de vliegcircel, niet dat ik denk dat het iets oplevert maar het is wel makkelijker om aan 1 kant alles weg te schuren in plaats van aan twee kanten de helft. De nerf van het vaste richtingroer staat haaks op die van de romp. Is het makkelijkst maar ook nodig om het kielvlak te versterken, dat kan behoorlijke klappen krijgen bij het landen. Om dezelfde reden monteer ik een staartslof van 0,8mm verenstaal die een beetje kan buigen.
Het onderstel heb ik gemaakt van 3mm koolstofplaat maar dural kan natuurlijk ook. Het wordt met twee m3 boutjes door de romp bevestigd. Zoals gezegd gebruik ik daarbij slotmoeren. Om de ergste schokken van het landen te dempen hebben de gaten in het pootje een diameter van 6mm, daarin stop ik dikwandig siliconen brandstofslang en daar gaan de boutjes doorheen. De siliconenringetjes worden opgesloten door een gewoon stalen ringetje. Het geheel wordt niet te vast aangedraaid zodat het pootje nog goed naar voren en achteren kan bewegen. (veren is een te groot woord maar het vangt wel schokken op)


Tank.

In bovenaanzicht ziet mijn tank er als volgt uit:

bovenaanzicht

 

 

 

 

De overloop zit op de bovenkant in de rechte hoek aan de voorkant gesoldeerd en loopt door de romp en wordt dan naar voren gebogen. De fuelpickup zit in dezelfde hoek maar dan aan de onderkant en het vulpijpje vooraan boven aan de binnenkant. De maten heb ik er niet bijgezet en kun je variëren. Let er alleen op dat je de tank niet te breed maakt anders ontstaat er een te groot drukverschil tussen een volle en een –bijna- lege tank en gaat je motor steeds armer lopen. De hoogte van mijn tank is 22mm en de lengte ongeveer 43mm en de breedte 16mm. Gewoon zelf even rekenen. Om het blik te knippen teken ik de uitslag altijd even en dat plak ik op een stukje blik om alles makkelijk uit te kunnen knippen.


Afwerken.

Het model wordt na assemblage nog een keer fijn geschuurd en daarna krijgt het twee lagen spanlak. Kleuraccenten breng ik nu aan met dun spanpapier. De verdere afwerking is met glasdoek van 25gr/m2 wat ik op het model kwast met thinner. De randen bijtrimmen en daarna een zo dun mogelijke laag epoxy opbrengen. Ik ‘tamponeer’ het met een speciale kwast. Eventueel overtollige epoxy wegschrappen met een oude bankpas oid. Daarna schuur ik het model heel licht nat af met watervast schuurpapier 600 grid en lak het af met nog enkele lagen spanlak. Pas op dat je niet door het glasdoek heen schuurt, dat is zo gebeurd. Afgewerkt en vliegklaar woog mijn model 340 gram.

Vliegen.

Zoals gezegd, het zwaartepunt ligt vrij ver naar voren, zo’n 1,5-2 centimeter achter de vleugel voorrand. De leadouts komen plm. 1,5 cm daarachter ‘uit’ de vleugel (en wijzen daardoor vanaf de belcrank gezien naar voren). De plaats van de leadouts bepaal ik pas op het allerlaatst. Ik hang het afgewerkte model met motor en tank verticaal aan de leadouts zodanig dat de neus iets naar buiten wijst en geef met een streepje dan aan waar de leadouts moeten komen. Je wilt ten slotte niet dat veel motorvermogen wordt verbruikt om het model naar buiten te laten vliegen. Het model moet zoveel mogelijk tangentiaal aan de circel vliegen. Daardoor is de lijntrek bij de start minimaal. Omdat de romp zo kort is heeft het model al rijdend ook niet veel richtingstabiliteit en moet de piloot op het moment dat het model wordt losgelaten flink zwiepen om lijntrek te houden, geeft niks, ben je gelijk goed op snelheid. Eenmaal op snelheid is de lijntrek ruim voldoende om de piloot een goed gevoel te geven waar het model zich bevindt zonder dat je naar het model kijkt. Het model vliegt uiterst stabiel maar laat zich ook goed sturen en is ook makkelijk hoog te vliegen. De maximale roeruitslagen zijn 20 graden up en 15 graden down (plm.). Als de motor afslaat zweeft het model zonder zwiepen ongeveer 1 ronde. Als je de maximale roeruitslag up goed instelt kun je met vol up binnenzweven zonder dat het model overtrekt. Het teamrace vliegen zelf kun je niet al lezend leren maar moet je gewoon doen, het is verslavend! Als je meer over het goed vliegen wilt weten kijk dan eens op de site vanGoran Olsson, naast heel veel informatie over teamrace-modellen en motoren staan er ook enkele artikelen over het vliegen van teamrace-modellen die zeer de moeite waard zijn en je goed op weg kunnen helpen.

Joomla templates by a4joomla