Bouwverslag Suppi

Bouwverslag Suppi.

Het ontwerp.

De Suppi is een lijnbestuurde stunttrainer, ontworpen door Paul Tupker. Hij heeft het ontwerp op verzoek van de toenmalige Subcommissie Lijnbesturing van de KNVvL gemaakt, in drie formaten: De Mini Suppi voor motoren van 1,5cc, de Suppi voor motoren van 2,5 tot 3,5 cc en de Super Suppi voor motoren van 4 tot 6 cc. De naam komt van een verbastering van ‘Subcommissie’. De Mini Suppi en de Suppi zijn duidelijk ontworpen voor kleine dieseltjes, het gewicht van de demper van een glowmotor brengt het zwaartepunt te ver naar voren en de motoren zijn liggend geplaatst zodat een demper niet door de structuur van de romp wordt beschermd. De Super Suppi is ontworpen voor de Fox 35 of een vergelijkbare lichtgewicht glijlager glow motor.

De constructie is geheel conventioneel voor die tijd, met een NACA 18 vleugelprofiel en een eenvoudige doosromp. Paul heeft later ooit gezegd dat de stabilo’s van alle drie ontwerpen aan de kleine kant zijn. Een vaste modificatie is om de balsa liggers en voorlijst te vervangen door vuren latjes van het zelfde formaat. De kans dat de buitenvleugel bij een crash blijft zitten is dan een stuk groter!

 

De tekening.

De tekeningen van de Suppi’s zijn door de KNVvL uitgegeven maar zijn daar niet meer leverbaar. Mijn tekening is een nogal donkergrijze kopie, maar nog wel goed bruikbaar. Er zijn nog wel goede exemplaren van de tekening te vinden, en er is altijd wel iemand bereid om een kopie te laten maken. In het vak met gegevens, rechts onder, is te lezen dat Paul de tekening in oktober 1968 heeft gezien, en hij is getekend voor ‘gezien’op16 oktober 1968. De handtekening van de controlerende functionaris is de ontcijferen als die van Ton Aarts. Zoals passend bij een beginnermodel zijn alle onderdelen apart uitgetekend, inclusief die van de zelf te bouwen blikken tank.

 

De bouw.

De bouw begint traditioneel met de vleugel. Eerst zaag je twee ribmallen uit 3 mm triplex. Het spreekt voor zich dat dit zeer nauwkeurig moet gebeuren. Oorspronkelijk werden dan alle ribben op de hoofdliggers geschoven en dan op het onderste deel van de 3mm achterlijst gelijmd wat op de bouwtekening was gespeld. Daarna werd het bovenste stuk van de achterlijst boven op de ribben wordt gelijmd. Vervolgens werd de voorlijst toegevoegd en gekeken of de vleugel recht was. Na enig nabuigwerk werden de liggers vastgelijmd en de indekking toegevoegd.

Helaas is het met deze methode ERG gemakkelijk om een kromme vleugel te bouwen, en zoals jullie weten zijn kromme vleugels de dood in de pot voor lijnbestuurd kunstvlucht, zelfs (of misschien vooral!) voor een beginnersmodel.

Ik heb daarom één van mijn favoriete methodes gebruikt, met twee hulpbuizen die door de ribben lopen. In de ribmallen worden daarvoor twee 10 mm gaten toegevoegd, en er worden twee steunen gemaakt voor op de bouwplank, waar de buizen in vallen; natuurlijk moeten deze twee steunen ook erg zorgvuldig gemaakt worden want als de steunen de buizen niet precies parallel houden, wordt je vleugel alsnog krom!

Nu worden de ribben gemaakt door het juiste aantal stroken balsa tussen de mallen te plaatsen, en met mes, schaafje en schuurklos in een bankschroef de zaak mooi glad te schuren en de openingen voor de liggers en de diverse gaten te maken. De gaten voor de hulpbuizen en voor de leadouts worden met een iets kleinere boor geboord en daarna met een rattenstaart op de juiste maat gebracht. De middenribben worden nu met behulp van de mallen 1,5 mm kleiner gemaakt om plaats te bieden aan de middenindekking. Als de ribben klaar zijn is het beter om eerst de overige onderdelen voor de vleugel te maken, zoals het tuimelaarplatform, de tuimelaar met de leadouts en de vleugeltippen. De tuimelaar van deze Suppi is van 3 mm triplex; gebruik hier 5 laags multiplex voor. Wees niet bang dat een triplex tuimelaar te zwak is, voor een 2,5 cc model gaat het prima. De stootstang wordt gespecificeerd als 2 mm staaldraad. In de praktijk is het gemakkelijker om een lange fietsspaak te gebruiken. Het ronde omgebogen uiteinde past mooi in je tuimelaar (gat uitboren op 2,5 of 3 mm) en aan het andere uiteinde soldeer ik een spaaknippel. Hier kan later het laatste stukje van de stootstang, van een 2e spaak, worden geschroefd. Zo heb je een in de lengte verstelbare stootstang!

Nu worden de ribben op de hulpbuizen geschoven, de buizen op de steunen boven de tekening gelegd en de ribben vervolgens zorgvuldig uitgelijnd. Dan kunnen de bovenste ligger, het bovenste deel van de achterlijst en de voorlijst tegen de ribben worden gelijmd. Gebruik knijpers en plakband om de voor- en achterlijst goed tegen de ribben te houden terwijl de lijm droogt. Bij de achterlijst komen we een foutje in de tekening tegen: Paul geeft aan dat de achterlijst 3 x 25 mm is, (wat klopt met de ribmallen en het zijaanzicht van de romp) maar tekent de achterlijst 30 mm breed op het bovenaanzicht! Blijkbaar is dit foutje ook aan Ton Aarts ontgaan! Als alles droog is, wordt de neus indekking toegevoegd. Gebruik weer veel knijpers!.

Als de bovenkant van de vleugel droog is, wordt de boel omgekeerd en weer op de steunen gelegd. Je zult merken dat de vleugel nu nog een beetje flexibel is, maar dat verdwijnt als de neusindekking ook aan de onderkant is aangebracht.

Plaats nu eerst de besturing. Zet de tuimelaar met een M3 boutje en het aangegeven aantal ringetjes en moertjes vast. Gebruik voor het bovenste moertje een Nylock, of borg een gewoon moertje met een druppel cyano. De tuimelaar moet soepel draaien met een beetje speling. Geef de stootstang het subtiele knikje wat op de tekening staat aangegeven. Breng de leadouts aan, van dubbel gevlochten LB draad en schuif op elke leadout een messing buisje, maat 2mm inwendig. Maak, nu je nog kunt zien wat je doet, de leadouts ook aan de andere kant af en zorg dat ze precies even lang zijn. Lijm de tuimelaar montageplaat tussen de twee middelribben en versterk de boel met twee 5x5 latjes, zoals op de tekening staat aangegeven. Vervolgens moet een plekje voor het tiplood in de buitenvleugel worden gecreëerd door een stuk 1 mm triplex tussen de hoofdliggers bij de buitenrib aan te brengen (aan de voorkant van de liggers!).Nu kan de neusindekking en de middenindekking aangebracht worden. En tenslotte wordt de vleugel weer omgedraaid en de middenindekking aan de bovenkant worden aangebracht. Let op de opening voor de stootstang. Nu kan de sluitlijst van de achterlijst aangebracht worden. Op de tekening staat dit aangegeven als 5x5, maar omdat de achterlijst verder uit 2 stroken 3 mm balsa bestaat, is het beter om een latje van 6mm breed uit je plank 5 mm te snijden. Schuur de achterkant van de achterlijst vlak af voordat je de sluitlijst aanbrengt.

De hoofdconstructie van de vleugel is nu af, en de hulpbuizen kunnen nu voorzichtig uit de ribben worden geschoven. Dan rest enkel nog het aanbrengen van de tippen. Lijm de eerder op de leadouts geschoven messing buisjes met een dot epoxy op de aangegeven plaatsen op de binnentip. Vergeet nu niet om het tiplood in de buitentip te lijmen. Schuur tenslotte de neusindekking bij de voorlijst mooi rond, schuur de stroomlijnblokje op de tippen in profiel en rond de tippen af.

 

De romp.

Zoals gezegd gaat het hier om een eenvoudige doosromp. Omdat ik nogal wat Suppi’s bij een crash hun neus heb zien verliezen, heb ik de rompzijkanten langs de bovenkant versterkt met een latje 3x5 vuren. De vorm van de rompzijkanten worden op een plankje 3 mm (liefst quarter grain) balsa overgezet met de speldenprik methode. Dit gaat als volgt: leg het plankje onder de tekening, ter plaatse van de rompzijkant. Voel met je vingers en plaats het plankje zo dat de rand van het plankje precies langs de bovenkant van de rompzijkant ligt. Hou de tekening op z’n plaats met je hand of met twee tekenpunaises (die dingen met de drie puntjes) en prik met een speld door de tekening in het balsa op elke plek waar de lijnen een hoek maken. Gebogen lijnen kunnen met speldenprikken met een paar mm afstand worden aangegeven. Het helpt ook om de posities van de schotjes met een paar speldenprikken aan te geven. De rompzijkant kan nu op het plankje zichtbaar worden gemaakt door met een scherp potlood langs een stalen liniaal de speldenprikken met elkaar te verbinden. Als je je zeker voelt over je vakkunst met een scalpel, kun je het potlood overslaan en meteen van prik tot prik snijden. Leg je twee rompzijkanten tegen elkaar en zorg met een schuurklos dat ze precies identiek zijn. Lijm de 3x5 vuren latjes langs de bovenkant van de rompzijkanten en let er op dat je een linker en een rechter zijkant maakt! Teken de plaats van de rompschotjes met potlood aan de binnenkant van elke rompzijkant af.

Vervolgens komt naast de vleugel het meest arbeidsintensieve deel van de bouw. De neuseenheid moet worden samengesteld van de motorbokken, neusschotten, tank en onderstel. Begin met de motorbokken op lengte te zagen. Ik heb ze iets langer gemaakt en schuin afgezaagd om een geleidelijker overgang van krachten te krijgen. Zaag vervolgens de beide rompschotten uit 3 mm multiplex, buig het onderstel zorgvuldig uit 2,5 mm pianodraad en zet het met ijzerdraad vast op het achterste neusschot.

Ik wilde mijn Suppi geschikt maken voor meerdere motoren, en heb er dus voor gekozen om de motoren op 3mm dikke dural of messing plaatjes te monteren. Deze plaatjes worden vervolgens met houtschroefjes op de motorbokken bevestigd. Omdat de motor toch goed gecentreerd in de romp moet zitten, heb ik de gaten in de schotten voor de motorbokken 3 mm naar links verplaatst.

Voordat de neuseenheid in elkaar kan worden ge-epoxied, is het verstandig om eerst het tankje te maken.

Op de tekening staan de uitslagen van de omtrek van het tankje, en het voor- en achterdeksel. Het voor- en achterdeksel zijn bedoeld om in de omtrek te vallen, maar dat lukt mij meestal niet zo goed. Het bevalt mij beter om de lipjes van het voor- en achterdeksel over de omtrek heen te laten vallen; dan kan ik een betere soldeerverbinding maken. Maar, omdat de ruimte tussen de motorbokken nogal krap is, is het tankje dan waarschijnlijk iets te hoog en moeten de motorbokken ter plaatse van het voor- en achterdeksel van het tankje iets uitgevijld worden. De buisjes worden volgens tekening gebogen, en in de voorgeboorde gaatjes in het blik gesoldeerd. Er zijn twee geschikte manieren om dit buigen te vergemakkelijken. De eerste methode maakt gebruik van een zgn. ‘tube bending kit’ dit is een serie staaldraad veren waar je je messing buis inschuift, en die belet dat je er een kink in buigt. De tweede manier is het heet stoken van de messing buis en het weer langzaam te laten afkoelen; het buis laat zich dan tot enige tijd daarna gemakkelijk buigen. Later verhardt het buis zich weer.

Als de neuseenheid van de twee neusschotten met motorbokken, onderstel en tankje klaar is, is het de bedoeling dat je de beide rompzijkanten over de vleugel naar het vleugelmidden schuift, en de neuseenheid tussen de rompzijkanten lijmt. Omdat mij dit een recept voor een scheve of kromme romp lijkt, heb ik de romp zijkanten eerst stuk voor stuk tegen de neuseenheid gelijmd, zodat ik zeker wist dat alles haaks en parallel zou zijn. Gebruik voor deze verbindingen 5 minuten epoxy. Vervolgens heb ik de rompzijkanten aan de onderkant bij de vleugel achterrand doorgesneden; met de insnijding onder een hoek van ongeveer 60 graden. Zo kun je de vleugel langs achter in de uitsparingen in de romp schuiven; je moet hiervoor het hout aan de onderkant van de rompzijkanten wat verdraaien en verbuigen. Nadat de vleugel op z’n plaats zit, worden de rompzijkanten weer in elkaar gelijmd, met een plaatje 3mm balsa aan de binnenkant als versterking.

Nu wordt het model op de rug op de tekening gelegd, zodat je kunt zien of de romp mooi haaks op de vleugel zit. Snij de drie achterste rompschotten uit, en schuif ze over de stootstang op hun plaats. Klem het achterste rompschot met een lijmklem op de aangegeven plaats tussen de rompzijkanten. Controleer voor de laatste keer dat alles haaks is, en laat langs elke lijmverbinding een druppel medium cyano naar beneden glijden. Zo ontstaat op elke lijmverbinding een mooi rupsje cyano. Mocht de passing tussen de romp en de vleugel niet helemaal optimaal zijn, gebruik dan zonodig opvulstukjes van 3mm balsa en lijm de verbinding met 5 minuten epoxy of witte houtlijm.

Vervolgens kan het stabilo worden aangebracht. Dit gaat het gemakkelijkste als je het model weer op de kop op de tekening legt. Speld het stabilo op de tekening vast, positioneer het model precies boven de tekening zodat je er zeker van bent dat het stabilo straks haaks op de vleugen en de romp zit. Controleer of de vleugel precies parallel aan de bouwplank is. Lijm ten slotte het stabilo met 5 minuten epoxy aan de romp. De epoxy zal eventuele kleine spleten opvullen. Het hoogteroer kan nu met scharnieren een het stabilo worden bevestigd. Ik had vanuit nostalgische gevoelens gekozen voor de ouderwetse methode met doek, zoals op de tekening staat aangegeven. Maar, tijdens één van de eerste vluchten raakte het roer in flutter, met als gevolg dat alle scharnieren in een fractie van een seconde afscheurden, en het model ter aarde stortte. Tot zover dus de nostalgie! Ik heb vervolgens nylon scharnieren gebruikt en geen problemen meer gehad… Het model was overigens door deze ‘noodlanding’ onbeschadigd. Ik heb ook voor een moderne nylon hoorn gekozen. Deze hoorn moet worden gemodificeerd door de gaatjes, die voor een kwiklink bedoeld zijn, uit te boren naar 2,5 mm zodat er een stuk fietsspaak kan worden gebruikt.

Bevestig de hoorn tijdelijk op z’n plaats en schroef een fietsspaak in de nippel die achter aan de stootstang is gesoldeerd. Schroef de spaak niet helemaal in, de bedoeling is dat er een afstelmogelijkheid overblijft. Zorg dat de tuimelaar en het hoogteroer neutraal staan; nu kun je zien waar de spaak moet worden omgebogen en de rest afgeknipt. Monteer de stootstang in de hoorn en controleer of de besturing soepel werkt.

De Suppi gebruikt dus een spaak (of staaldraad, zoals volgens tekening) als stootstang, en niet zoals tegenwoordig gebruikelijk is, een buis. Gevolg is dat de stootstang kan gaan buigen als je bij vliegen en de wind UP geeft. Om dit effect te verminderen, wordt de stootstang in het rompschot vlak achter de vleugel ‘gelagerd’. Dit gebeurt met 4 stukjes 3x3 mm hard balsa, zoals op tekening is aangegeven.

Dan blijven de romp onder- en bovenkant nog over. Snij de juiste vorm uit een plank 10 mm en uit een plank 5 mm. Snij uit beiden delen een 3mm breed spleetje om ruimte te geven aan de tankbuisjes. Bewaar deze stukjes hout zodat je ze later weer terug kan lijmen (maar dan wel 3 mm korter!). Lijm de onder- en bovenkant met cyano tegen de romp. Gebruik voor de bovenkant de ‘puntlas methode’: een drupje cyano elke 5 cm. Zo kan dit deel weer losgehaald worden als het in vorm is geschuurd. Lijm een vulstuk tussen de motorbokken en de binnenste rompzijkant, bepaal nauwkeurig de plaats van de motor en lijm het half ronde voorste rompschot tegen de motorbokken en het vulstuk.

Breng nu de romp in vorm met Davitschaafje en schuurklos. Als je tevreden bent over de vorm, steek dan een mes in de naad tussen de rompzijkant en de bovenkant om de puntjes lijm los te breken. Hol de rompbovenkant met een gutsje uit. Dit scheelt niet alleen gewicht, maar het verbetert ook de verdeling van krachten in de romp. Maak een uitsparing voor het kielvlak in de rompbovenkant. Schuur het kielvlak aan de binnenkant (de kant waar in de vleugel de lead outs zitten) in een licht dragend profiel en lijm het in de rompbovenkant. Lijm vervolgens de rompbovenkant definitief op z’n plaats. Het uithollen van de 5mm onderkant naar 3mm is niet nodig.

 

De afwerking.

Traditioneel wordt de romp en de staart van de Suppi met dun tissue afgewerkt, en de vleugel met zijde. Ik heb voor deze methode gekozen, deels omdat ik nog een mooi stuk gele zijde van 25 gram per vierkante meter had liggen. Een alternatief is om de romp en staart met dun tissue af te werken en de vleugel met krimpfolie. Het is lastiger om de staart en de romp ook met folie af te werken omdat je met tamelijk veel kleine stukken moet werken, en het moeilijk is om te voorkomen dat er later olie onder de folie kruipt. Het is beslist af te raden om de romp en de staart onbekleed te laten, de bekleding zorgt voor de nodige stevigheid.

 

De motor.

De Suppi is ontworpen in de tijd dat het voor de hand lag om een dieseltje te gebruiken. Glowmotoren hadden toen het nadeel dat je een (toen dure!) startaccu bij nodig had, en een lader voor die accu, en dat er glowplugs konden doorbranden, kortom een gedoe met die dingen! Dieseltjes waren betrouwbaar, simpel en je kon zelf de brandstof mengen met ingrediënten van de drogist en de petroleumboer.

Nu zijn die tijden voorbij, maar voor de Suppi is een 2,5cc dieseltje nog steeds de beste keus. Ik heb in eerste instantie gekozen voor een Enya 15D uit begin jaren 60, die ik ooit op de kop had getikt. Maar, er moet iets met deze motor mis zijn, hoewel ik nog niet heb kunnen ontdekken wat; want het ding wou wel starten maar niet doorlopen! Daarna heb ik er een Super Tigre G20-15D op gezet, die ik in pakweg 1975 had gekocht voor 70 gulden of zo. Overigens lag het zwaartepunt met beide motoren te ver naar voren, bijna op de voorlijst, maar ondanks dat was de Suppi wendbaar genoeg. Met de beschreven verstevigingen van vuren latjes, is deze Suppi ook beslist crashbestendiger dan het origineel. Het is een mooie aanwinst in mijn Tupker modellen collectie, en leuk om mee te vliegen. Bouw er één en kom er mee op de LB dagen en op de StaKa vliegen!

Joomla templates by a4joomla