Thundercat II

Omdat een stuntpiloot niet zonder kist kan, en de voorraad inmiddels bedenkelijk was geslonken (nog één crash en Bruno moet de Blue Pearl weer inleveren) ben ik zodra ik weer wat hobbelen kon van mijn sponde opgestaan en heb mij naar de bouwkamer begeven voor de bouw van THUNDERCAT II!. Ik heb al doende foto's gemaakt, die ik met jullie wil delen.

Ik hoefde gelukkig niet helemaal van nul af te beginnen, want er hadden een paar onderdelen van de oude T'cat de crash overleefd. Deze onderdelen (waar onder het gehele stabilo) zullen in de bouw van de nieuwe worden gebruikt, zodat het in feite een replica wordt.
De bouw van een stunter begint traditioneel met de vleugel, die ik volgens de zgn 'Detroiter methode' met ribstroken ipv volle ribben maak. De eerste foto is van de ribstroken, die met een scalpel langs een triplex mal (van de Juno + uit 1984!) uit 1.5 mm balsa worden gesneden.
thundercat_ii_1
Vervolgens worden de voor- en achterlijst en de hoofdligger uitgesneden. De voorlijst is van 8mm, de achterlijst van 10 mm, de hoofdligger van 3mm balsa. Alle onderdelen worden een paar mm te breed uitgesneden. Meestal trekken ze dan krom. Vervolgens wordt de gewenste breedte afgetekend en opnieuw afgesneden zodat je kaarsrechte latjes overhoudt. Alle onderdelen worden gemerkt met een middellijn, en van uitsparingen voor de ribstroken. De oude T 'cat besturing wordt weer gemonteerd, maar met kakelverse lead-outs!
thundercat_ii_2
Alle lijsten worden op balsa blokjes boven de tekening geplaatst. Met een stalen liniaal wordt uitgebreid gecontroleerd of alle middellijnen wel op de zelfde hoogte boven de -uiteraard volkomen vlakke- bouwtafel zijn. Als alles klopt, is het tijd om de eerste ribstroken toe te voegen.
thundercat_ii_3
Daar hebben we het later verder over.


 Nadat de voor- en achterlijst en de hoofdligger zorgvuldig zijn uitgelijnd en dmv de driehoekige steunen gezorgd is dat deze niet uitgebogen kunnen worden, worden de ribstroken gemonteerd. Op de eerste foto zijn een aantal van de ribstroken in het midden van de vleugel al gemonteerd, de andere zijn alvast op hun plaats gelegd.
thundercat_ii_4
Omdat alle ribstroken op de zelfde lengte zijn uitgesneden, en de vleugel taps is, wordt elke ribstrook aan de achterkant afgesneden zodat hij op z'n plaats past. Omdat de ribstroken 10 mm hoog zijn, passen ze ook qua hoogte niet, en moet er aan beide zijden een spietje afgesneden worden. Deze worden op 1,5 mm onder de bovenkant van de voor- en achterlijst gemonteerd, om straks ruimte over te hebben voor de indekking.
thundercat_ii_5
De ribstroken moeten precies pas worden gemaakt. Als ze maar iets te lang zijn, raken ze krom en bouw je spanning in de vleugel in, als ze iets te kort zijn passen ze helemaal niet...
thundercat_ii_6
Tijdens het plaatsen van de ribstroken heeft de hoofdligger de neiging om iets achterover te gaan leunen; dit moet dmv een driehoek gecontroleerd worden.
thundercat_ii_7


Na enige noeste arbeid zijn alle ribstroken dan gemonteerd. In het vleugelmidden wordt een 3mm dikke halfribstrook (van voorlijst tot ligger) gelijmd om de naad van de indekking te ondersteunen.
thundercat_ii_8
Dan is het tijd voor de indekking. Deze wordt uit een plank 1,5mm balsa van ongeveer 15 gram en een mooie rechte nerf gesneden. De plank wordt met de voorkant tegen de voorlijst gezet, en eerst wordt in het vleugelmidden de zijkant in de juiste hoek gesneden (parallel met de middenrib.) Dan wordt met een speld gaatjes geprikt om aan te geven hoe breed de indekking moet worden (door met een speld door de plank heen te prikken en dan de indekking over de ribben te buigen kun aan de onderkant van de plank zien of je goed zit). Dan wordt de indekking overlangs uitgesneden, waarbij het overblijvende smalle stuk wordt gebruikt voor de achterlijst indekking.
thundercat_ii_9
De voorrand van de indekking wordt zorgvuldig schuin afgeschuurd zodat hij mooi tegen de voorlijst past; als de voorlijst toch niet helemaal kaarsrecht was geworden moet soms nog wat meer geschuurd worden tot de passing goed is. Dan worden alle ribstroken tot aan de ligger, de ligger zelf en de voorrand van de indekking met medium cyano ingesmeerd, en wordt de voorrand van de indekking in de juiste hoek tegen de voorlijst gezet.
thundercat_ii_10
Als deze verbinding hard is, wordt vanuit het midden met beide handen de indekking tegen de ribben en de ligger 'gevleid'. Druk zachtjes met je volle hand op de indekking om zeker te zijn dat alle ribben geraakt worden, en hou vast totdat de verbindingen hard zijn. Loop daarna met je vingers de verbinding met de ligger na. Druk niet te hard om de vleugel niet te vervormen. Vervolgens kan de zelfde operatie aan de andere kant van de vleugel worden uitgevoerd, en kan de achterlijst indekking en de middenindekking worden aangebracht. Tegenwoordig dek ik ook de buitenste twee ribben achter de ligger in om de torsiestijfheid van de hele vleugel te bevorderen.
thundercat_ii_11


Als de neusindekking, de achterlijstindekking, de middenindekking (met een opening voor de stootstang) en de capstrips aangebracht zijn, is het tijd om de spelden los te maken, en de vleugel om te draaien. Dit is een zeer spannend moment! Als de omgekeerde vleugel weer precies op de steuntjes past, is de vleugel tot nu toe recht. Mocht de vleugel een beetje krom zijn, dan is het zaak om een beetje tegengestelde verbuiging in te bouwen. Stel dat na het omkeren de binnenste achterlijst aan de tip 1,5mm boven het betreffende steuntje zweeft, speld je dit secuur vast, en leg je een 1,5mm plaatje onder de buitenste voorlijst aan de tip. Als je dan de onderkant dan de vleugel bouwt , is er een grote kans dat de vleugel uiteindelijk recht wordt.

thundercat_ii_12
Vervolgens worden net als bij de bovenkant alle ribstroken gemonteerd en vastgelijmd. Natuurlijk hoeft dit niet, zoal PP aanvoert, met cyano te geuren, maar cyano is wel het gemakkelijkste. Je kunt ook witte houtlijm met water verdunnen (tot koffiemelkdikte) en het dan met een kwastje op elke verbinding aanbrengen (dus net als met cyano NADAT alle onderdelen zijn gemonteerd. Je moet dan alleen wat langer wachten tot de lijm droog is. De indekking kan ook met witte houtlijm, maar ik zou op alle ribben, de voorlijst en de ligger een rupsje lijm aanbrengen, dan de indekking tegen de voorlijst plaatsen en over de ribben heen wrijven, zodat op alle vlakken lijm zit. Dan laten drogen en volgens de PP methode met de strijkbout aanbrengen.
Voordat de onderste indekking geplaatst wordt, is het nodig om de onderstel bevestigingsdelen te monteren, omdat je anders automatisch een model met een romponderstel zit te bouwen!
In mijn geval gebruik ik 1,5 mm dural landingspoten, die aan een kleiner dural plaatje van de zelfde dikte als de landingspoten gebout zitten. Deze plaatjes worden op hun beurt na het spuiten van de kist in een sandwich van 1,5mm balsa met aan weerskanten 1mm triplex gelijmd. Twee van die sandwiches worden met de ribmal gemaakt, zodat ze tegen de ribstroken op de plaats waar de triplex liggerversteviging ophoudt, gelijmd kunnen worden. Om te zorgen dat de poten niet bij een harde landing uitgescheurd worden, verstevig ik de onderstel sandwiches met een aantal 5mm balsa driehoeken. Twee steunen de sandwiches af op de voorlijst, en een viertal (aan weerskanten van de rib, en onder en boven de ligger) steunen de sandwiches af op de ligger en de indekking. Deze driehoeken worden aan de vlakke kant conform de kromming van de ribstrook geschuurd.
thundercat_ii_13
Als de onderste indekking op z'n plaats is gelijmd, wordt met een speld gevoeld waar de opening voor de onderstelpoten in de indekking met worden gesneden. Zoals gezegd worden de onderstelpoten pas na het spuiten van het model vastgelijmd. Vervolgens wordt de vleugel verder afgebouwd: Neusindekking, achterlijst indekking, middenindekking, capstrips.
thundercat_ii_14

Voordat de onderste middenindekking wordt geplaatst, worden een aantal 1,5 mm balsa verstevigingslatjes (afval van de op maat gesneden ribstroken) verticaal tussen de ribstroken in het vleugelmidden gelijmd, om te voorkomen dat de vleugel in het midden ingedrukt kan worden. Geef in de binnenvleugel de leadouts voldoende ruimte! Zie foto.


Als dat allemaal gedaan is, rest nog het aanbrengen van de vleugeltips. Deze worden eerst los van de vleugel gebouwd (de binnenste met een dubbel verstelbare lead-out guide en de buitenste met een loodkastje (beide gered uit de oorspronkelijk Thundercat). Nadat de tippen in de vleugel zijn gemonteerd, worden ze met 3mm balsa tipribben aan de ligger afgesteund. Deze ribben worden als rechthoeken op maat gesneden en vastgelijmd, en daarna met davidschaaf en schuurklos in de juist stroomlijnvorm gebracht.

thundercat_ii_15

Hiermee is de constructie van de vleugel in essentie af en kunnen de flaps proef worden gemonteerd.

thundercat_ii_16

de scharnieren zijn Roberts 1/8 in. steel pin hinge points. Ze zijn zonder meer beter dan mijn eigen alustrip/messing gebust/pianodraad scharnieren,omdat mijn eigen type scharnieren na een paar honderd vluchten soms de neiging hebben om los te raken; de reden hiervoor is dat het 1mm pianodraad U-tje te weinig lijmoppervlakte heeft. Ik heb de Roberts scharnieren al eerder gebruikt (bijvoorbeeld aan het stabilo van de Thundercat I, terwijl de flaps mijn eigenbouw scharnieren hadden!)


Als volgende onderdeel is de romp aan de beurt. Het begint met het vinden van een tweetal goede plankjes 3mm balsa; kwartiers gezaagd hout van ongeveer 30 gram per plankje is ideaal. Voor deze kist is het niet gelukt om kwartiers hout te vinden, helaas! Maar, intussen is Gerben zo vriendelijk geweest om twee erg mooie plankje, die hij in Engeland op de kop had getikt, te leveren. Bedankt Gerben! Die gaan een mooi plekje vinden in de VOLGENDE kist.


Mijn keus voor een plastictank wanneer mogelijk is tweeledig: 1. blikken tank solderen kost 4 uur; plastic tank pijpjes buigen etc kost 40 minuten; 2. in een blikken tank gebruikt je geen sinter brons klunk filter dus blijft het knoeien met een minder fijn filter (zgn. keienvanger) in de brandstoflijn.

Een andere punt: het maakt geen klap uit of je motor rechtop, op de kop, zijdelings of onder een hoek gemonteerd is, het gaat erom waar het gat in de sproeierbuis waar de peut door komt, zich bevindt. Je tankhoogte moet zich aan dat punt relateren. Nu is het wel zo dat de tankhoogte verschillend is naar mate de opstelling van de motor verschillend is, en dat komt weer door de spoeling in de motor. Zo loopt een klassieke stuntmotor die verticaal of op de kop is gemonteerd meestal mooi symmetrisch als het midden van de tank zich op de hoogte van de sproeierbuis bevindt, en loopt dezelfde motor die horizontaal is gemonteerd symmetrisch als het midden van de tank 3 tot 6 mm hoger dan het gat in de sproeierbuis is gemonteerd. De plastic tanks die ik gebruik, hebben door hun dubbel klunk uitvoering juist een uniflow systeem. Ik gebruik plastic tanks omdat het minder werk is dan een blikken tank solderen. Probleem is echter, dat je moet beginnen met een plastic tank met een enigszins acceptabele vorm voor LB Kunstvlucht: relatief lang en dun, en dan met een ronde zijkant. Veel plastic tanks zijn vierkant in doorsnede, en nogal kort. Een tank voor LB kunstvlucht moet relatief lang en dun zijn om in onze traditionele bouwwijze waarbij de motor op beuken latten gemonteerd wordt, te passen. De zijkant moet rond zijn, omdat de toevoerklunk tijdens het vliegen steeds op dezelfde hoogte moet uitkomen. Met een rechte, verticale zijkant moet de toevoerklunk steeds 'zoeken' naar de juiste hoogte en is je motorloop in elke vlucht verschillend.

 

De toevoerklunk reikt tot op 2mm van de achterkant van de tank, en is een sinterbrons filterklunk. Met zo'n ding heb je nooit meer last van vuil in je motor, alle vuil blijft in de tank achter. De Uniflow of ontluchtingsklunk reikt tot 10 mm voor de toevoerklunk, en is over het algemeen de reguliere klunk die bij de tank is meegeleverd. De slangetjes van de pijpjes in de stopper naar de klunks moeten stijf zijn, ik voeg er meestal stukje pijp aan toe zodat de slangen als je de tank met de stopper naar beneden houdt, niet omvallen. Dan is er nog een derde lijn, die als overloop dient. Die gaat gewoon van de stopper naar de bovenkant, voor, van de tank. De tank wordt gevuld door de ontluchting; na het vullen wordt de overloop met een dopje afgesloten. Ik heb twee geschikte tank types gevonden: de MK 150 van inderdaad 150cc (dit Japanse merk wordt de laatste jaren helaas niet meer in Nederland gevoerd) en de Sullivan 6 oz Slant Oval van 177 cc, dit merk wordt wel in Nederland gevoerd maar het specifieke type moet je tegenwoordig bij de winkel bestellen. Beide tanks zijn 38mm hoog, je moet dus al rekening houden met je tankruimte en/of je sproeierhoogte om ze te kunnen gebruiken. Verder lijkt me de DuBro 4 oz (100 cc) geschikt omdat hij wat bolle zijkanten heeft, maar ik heb hem nog niet geprobeerd.
Motoren: De Rozenberg is een unieke motor, 9cc AAC achteruitlaat met de timing van een ST 60, in kleine oplage gebouwd door mijn goede vriend Eli Rozenberg, en niet te bestellen! De Double Star serie motoren worden in de Oekraine gemaakt in de formaten .40, .50 en .60 volgens specificaties van Bob Dixon, ook al een vriend die graag een catalogus stuurt als je hem dat vraagt dmv een briefje op P.O. Box 671166, Marietta, GA 30066, USA of Fax 404 973 9238, vierde beltoon. De .40 past in de zelfde boutgaten als een Fox 35, de 60 in de boutgaten van een ST 60. Deze motoren zijn niet goedkoop maar van goede kwaliteit, ze lopen op hun best als je Toms instructies over plugs, props en peut op de letter opvolgt.


Mijn keus voor horizontale montage van de Rozenberg komt doordat de achteruitlaat demper bij verticale inbouw slechts een tank van 25mm toelaat. Als je de motor op zijn kant monteert, ben je niet meer afhankelijk van de ruimte de de uitlaat biedt. Ik heb de tankruimte hoog genoeg gemaakt om de tank flink te kunnen verstellen als ik een ander type motor inbouwen wilde.


De tank zit in een tankcompartiment met drie zijden (onder- boven- en zijkant de vierde zijde is open en wordt door het metalen plaatje afgedekt). De tank wordt op z'n plaats gehouden met plaatjes balsa onder en boven de tank in een klempassing, wat een andere afstelling gemakkelijk maakt. Bijvoorbeeld als je het 3mm balsa plaatje onder de tank verwisselt met een 2mm balsa plaatje boven de tank, zakt het midden van de tank 1mm. De tankruimte is vanwege de duurzaamheid geglast met epoxy.


Maar, terug naar de T'cat II. De rompzijkanten worden uitgesneden (de opening voor de vleugel wordt 'half' doorgesneden zodat het later alleen een kwestie is van de snede volgen om de vleugelopening vrij te maken. Vervolgens wordt de binnenkant van elke rompzijkant gedeeltelijk geglast. Om een juist verloop van sterkte te krijgen, krijgt de neus (het motor/tank compartiment) 3 lagen 20 grams glasdoek, het deel tot het hoogste punt van de vleugel 2 lagen, en het deel tot pakweg 5 cm achter de vleugel 1 laag. Het deel onder het stabilo krijgt ook 1 laag glas. Ik knip alle stukken glasdoek uit; leg het kortste stuk onder, het middellange stuk daar bovenop, en het langste stuk bovenaan. Dan meng ik ongeveer 15 gram langzaam hardende lamineerepoxy (lekker dun spul) en giet een flinke rups over het glas. Met plaatjes 3mm balsa veeg ik de epoxy over het hele oppervlak van het glasdoek uit zodat alles goed doordrenkt raakt, op het laatst wordt het meer schrapen, zodat er geen overtollige epoxy blijft zitten. Het oppervlak moet mat zijn, niet glimmend. Als de epoxy de volgende dag hard is, worden de randen van de rompzijkanten bijgewerkt, en kan de vleugelopening uitgesneden worden.
Het volgende onderdeel zijn de motorbokken. Deze worden met de betreffende rompschotten tot een unit gebouwd, die later tussen de rompzijkanten wordt gelijmd. Het is belangrijk dat de motor goed stevig vastgeschroefd kan worden. zonder dat het hout van de motorbokken ingedrukt wordt, of door indringende olie verzwakt kan worden. Ik gebruikt hiervoor metalen inserts, die in de motorbokken geschroefd worden, afgedekt door alu plaatjes. De inserts worden gemaakt uit messing M5 boutjes, die op de draaibank (met dank aan Hans) in de lengte doorboord worden en van M3 schroefdraad worden voorzien. Vanwege het gewicht wordt de kop van elk boutje afgedraaid tot een dunne flens.
thundercat_ii_17
De motorbokken worden op de juiste plaats voorzien van M5 schroefdraad gaten, waar de inserts in geepoxied worden. De inserts steken door de alu plaatjes heen, en worden vlak met de plaatjes gevijld.
De volgende foto toont de motorbok unit van een vorig model, met traditioneel hangend ingebouwde motor. Het voorste rompschot is erg laag, omdat de tank van voren in de romp wordt geschoven. Op deze manier kan een zo klein mogelijke motorkap worden gebruikt, wat de stabiliteit van de romp ten goede komt.
thundercat_ii_18

Op de foto is de T 'cat II romp te zien met de motorbok unit, en de klaar liggende mallen voor de rompbovenkant, en de 3mm balsa plankje die straks nat over de mallen heen gebogen worden. De motorbok unit bestaat uit de boven elkaar geplaatste motorbokken, die in de tankruimte afgeschuurd zijn om meer ruimte voor de tank te geven, de rompschotten die op alle vlakken waar ze aan de rompzijkanten gelijmd worden voorzien van driehoekslatjes, en de 3mm onder en bovenkant van het tankcompartiment. Deze 3mm plaatjes zijn gesneden uit het hout wat uit de vleugelopening in de rompzijkanten komt. Zo zijn ze meteen al geglast! Achter aan het achterste neusschot zit het 10x10 mm beuken latje waar straks de voorste vleugelbevestiging aan komt, al gelijmd en gebout.

 thundercat_ii_19


 De rompzijkanten en de motorbok unit en het achterste vleugelophangschot worden boven een tekening van het rompbovenaanzicht samengebouwd. Met balsahouten driehoeken wordt gezorgd dat deze basisromp recht wordt (de rompzijkanten lopen bij de neus evenwijdig, en naar achteren gelijkmatig taps). Als dit gelukt is, is het tijd om de vleugel op de romp uit te lijnen. Omdat de motor liggend wordt ingebouwd, steekt de motorbok unit boven de rompzijkanten uit, de neus wordt daarom over de rand van de bouwtafel gehangen. Om de romp te stabiliseren, wordt achter op de romp een gewicht gelegd.

  

De vleugel wordt in de rompopening gelegd, en zorgvuldig uitgemeten of alles recht zit, dwz dat de voorlijst en de achterlijst precies even hoog vanaf de bouwtafel zijn, en of de vleugel precies parallel met de bouwtafel is. Zo nodig wordt de vleugelopening zorgvuldig wat uitgeschuurd tot de vleugel precies uitgelijnd is. Dan wordt de vleugel met vier dotjes epoxy, twee op de voorlijst en twee op de achterlijst, tijdelijk vastgezet. Nu kan het romponderstuk onder de vleugel worden opgebouwd. Dit bestaat uit twee rompzijkantjes, een paar 3mm verstevigingsschotjes en de 3mm multiplex vleugelbevestigingstongen.

 

Op de foto zie je 5mm balsa rompdubbelaars, en een 10mm balsa stukje wat op de voorlijst afsteund. De vleugelbevestigingstong is nog niet geplaatst. Bij de T'cat II is de voorste romp/vleugel verbinding extra stevig uitgevoerd vanwege de liggend ingebouwde motor (waardoor de trillingen overdwars werken); bij een hangende motorinbouw pas ik geen rompverdubbelaars toe. Als de bevestigingstongen zijn geplaatst, worden de gaten voor de vleugelbevestigingsbouten geboord, en kan de romp weer van de vleugel worden losgebroken (voorzichtig!). Tenslotte worden aan de voorkant M3 inslagmoeren in het 10x10 beuken latje aangebracht; aan de achterkant gebruik ik een dural plaatje waar op de juiste plaats M3 in is getapt. Dit plaatje wordt met epoxy wordt aan de binnenkant van de ophangtong achter in de romp gelijmd.

Als dat eenmaal gelukt is, moet het stabilo worden uitgelijnd. Hiervoor wordt de vleugel aan de romp geschroefd, en het model weer op de bouwplank uitgelijnd totdat de vleugel parallel met de bouwplank is en de voor- en achterlijst weer op dezelfde hoogte zijn. Het model wordt met steuntjes in de juiste stand gehouden.

 

Onder aan het stabilo wordt de 3mm multiplex montageplaat geschroefd (in dit geval een onderdeel uit de T'cat I!), die ruim tussen de rompzijkanten moet passen. Vervolgens wordt het stabilo op dezelfde manier als de vleugel, uitgelijnd. Er wordt een latje op het stabilo gelegd zodat je beter kunt zien of het stabilo geen instelhoek krijgt, en met een ander latje wordt gekeken of het stabilo van bovenaf gezien parallel met de vleugel zit. Als je tevreden bent over de positie van het stabilo leg je een laagje plastic tussen het stabilo en de bevestigingsplaat en lijm je de plaat met epoxy in de romp. De ruime passing wordt wel door de epoxy opgevuld. Hiermee is de meest kritische fase van de rompbouw klaar.


 De romp moet nog van een onder- maar vooral bovenkant worden gezien. Op een tweetal mallen -zelf ook van balsa gemaakt- worden voorgesneden 3mm balsa platen nat gebogen. De balsa platen worden een half uurtje in heet water met een scheut ammonia geweekt. Het is niet nodig om daarvoor je hele bad vol te laten lopen, een plastic plantenbak oid is ook geschikt. De natte platen worden met verband strak om de mallen gewikkeld en mogen dan twee etmalen drogen. Intussen worden de 10mm balsa delen van de romponderkant met drupjes cyano gelijmd; als de romp compleet is wordt de buitenkant in vorm geschuurd. Daarna worden de delen van de romponderkant weer losgesneden en uitgehold om zoveel mogelijk gewicht te sparen.


Als ze droog zijn, zullen ze niet helemaal passen.

Ze moeten worden voorzien van binnenschotjes van 3mm balsa, en pas worden geschuurd. Dat laatste gaat het beste op een lange strook schuurpapier. Inmiddels wordt de achterkant van de romp voorzien van kruiselingse latjes 5mm balsa, om de torsiestijfheid te verbeteren.

Let ook op de 'vleugelzadel' in de romp; dit is gemaakt van dwars geplaatst 1,5mm balsa om de vleugelopening af te dekken. Het gaat verder naar achteren omhoog om ruimte te geven voor de besturing. Als de rompbovenkanten klaar zijn, wordt eerst nog de opening voor de motor uitgesneden.

Tenslotte wordt in de rompbovenkant delen ruimte voor een cockpit uitgesneden.

Voordat de rompbovenkanten worden vastgelijmd, wordt eerst de vleugel weer aan de romp geschroefd om kromtrekken van de romp tegen te gaan.

De volgende taak is het maken van het rompachterstuk met het kielvlak.


Om de besturing van de hoogteroeren te kunnen verstellen, en om het stabilo losneembaar te kunnen maken, wordt het kielvlak samen met het rompachterstuk ook losneembaar gemaakt. Dit rompachterstuk wordt opgebouwd uit een 10mm balsa onderkant, en 3mm balsa zijkanten die als een verlengstuk van de romp worden uitgelijnd.

De voorkant van de romp is hierbij ondersteund zodat de achterkant vlak op de bouwtafel rust. Het stabilo wordt weer gemonteerd, en het bovendeel van he rompachterstuk wordt uit 10mm balsa opgebouwd en alvast in de ruwe vorm geschaafd.

Vervolgens wordt het kielvlak op zijn plaats gelijmd. Het kielvlak is uit een mooie plank 6mm kwartiers gezaagd balsa van 52 gram gesneden. Het motto hier is "hoe lichter hoe beter!"

Het romp achterstuk wordt op z'n plaats gehouden met een klein stukje rondhout aan de bovenkant, en een boutje M3 aan de onderkant. In de romponderkant wordt een 2mm dural tongetje gelijmd, waar M3 ingesneden is; het boutje rust tegen een triplex tongetje in het romp achterstuk. De bovenkant van het romp achterstuk is zoveel mogelijk uitgehold.

In feite zit nu al het hout aan het model, maar de uiteindelijke rompvorm moet er nog ingebracht worden. Hiervoor geldt een uiterst eenvoudig principe: haal alles weg wat geen vliegtuig is!

Als de buitenkant naar je zin is, kan (moet!) er nog gewicht bespaard worden door de romponderkant uit te hollen.

Hierbij wordt ook de rompneus niet vergeten.
 


Nu al het hout een plaatsje heeft gekregen, moet nog enige aandacht aan het uiterlijk van het model gegeven worden. Nu houdt ik niet van dichte, opgeschilderde cockpits, dus moet er een doorzichtige canopy en een pilootje komen...

De canopy (ofwel het cockpitkapje) is gesneden uit een 10 inch SIG druppelcanopy. Hij is een kleurbadje van DYLON textielverf lichtblauw gemaakt, om het zicht op het minimale cockpitje wat te vertroebelen! De piloot, een Williams Brothers Sportsman is met Humbrol verf op kleur gebracht. Er zijn ook kant en klaar geverfde pilootjes verkrijgbaar, maar die zijn meestal nogal zwaar. De cockpit ruimte en de romp onder de canopy zijn met een spuitbus zwart gespoten. De piloot en de canopy zijn met epoxy op hun plaats gelijmd; weinig dingen zijn zo irritant als pilootjes die los rammelen! Vervolgens is het tijd om de hele zaak eens in elkaar te steken om te kijken hoe het lijkt.

Vervolgens moet het model aan alle kanten gecontroleerd worden of de vorm in orde is, dat er geen plekken zijn die nog met de schuurklos mooier of gelijkmatiger in vorm gebracht moeten worden. Ben je tevreden over de vorm, dan is het zaak om het model glad af te werken. Ik begin met korrel 380, een geel gekleurd, vrij open schuurpapier. Hiermee worden alle vlakken van het model met een schuurklos zo glad mogelijk gemaakt. Dit hoort flinke stofwolken op te werpen! Dan worden alle gebogen delen van het model met ditzelfde schuurpapier uit de losse hand geschuurd. Tegelijk worden alle kleine spleetjes dichtgesmeerd met Model Lite balsa plamuur, en weer gladgeschuurd. Model lite is een waterverdunbare plamuur op basis van microballoons, super licht. Ben je tevreden over het effect van deze schuurbeurt, dan moet je alles nog eens dunnetjes overdoen met schuurpapier van korrel 600. Voelen alle onderdelen lekker glad aan en zijn geen onvolkomenheden meer te ontdekken, dan is het tijd voor de afwerking.
De afwerking is in drie fasen. Eerst worden de voorste helft van de romp tot achter de vleugel, de romp onder het stabilo en het middendeel van de vleugel met dun glasdoek (20 gram per vierkante meter) en epoxy bekleed. De epoxy is lamineerepoxy, een mooi dun materiaal wat na 24 uur uitgehard is.

Het glasdoek wordt zo glad mogelijk over de te bekleden oppervlakte uitgespreid. Doordat glasdoek erg los geweven is, is het mogelijk om het doek zo te vervormen dat het zich over behoorlijk ingewikkelde curves laat vleien. Vervolgens wordt er een 'rups' van vloeibare epoxy over het model uitgegoten, wat met balsa spatels en een stug kwastje door het doek heen over het balsa verspreid word. Met de balsa spatels wordt uiteindelijk over het glasdoek geschraapt om zoveel mogelijk epoxy te verwijderen. Het oppervlak van het beklede deel moet mat ogen; als het glimt zit er teveel epoxy op.

Als de volgende dag de epoxy is uitgehard, kunnen de uitstekende stukjes en randen glasdoek met een scherp mesje en schuurpapier worden verwijdert en het glas doek voorzichtig gladgeschuurd.
Dan komen de eerste lagen spanlak. Het hele model krijgt een laag nitrocelluloselak ofwel spanlak. Om te voorkomen dat er onderdelen kromtrekken wordt de lak geplastificeerd. Dit betekent dat er per jampotje spanlak (het is sowieso gemakkelijker om de lak van het literblik per portie in een jampotje te doen) een twaalftal druppels wonderolie toegevoegd en goed doorgeroerd. Alleen de capstrips van de vleugel krijgen geen spanlak, omdat ze anders kromtrekken. Na de eerste laag worden alle gelakte delen met schuurpapier korrel 600 glad geschuurd, en krijgt alles een tweede laag, die ook weer wordt geschuurd. Nu is het model klaar voor de volgende bekleding.


 We gaan nu de open vlakken van de vleugel met dunne zijde bekleden(16 gram per vierkante meter, van het merk KDH). Ik gebruik voor een lichte maar toch sterke bekleding op de open delen een 2 laags bekleding: eerste dunne zijde, dan dun tissue er overheen. Het voordeel is de sterkte van zijde met de gladheid van tissue. Dikkere zijde is even sterk, maar in de loop van de tijd heeft de lak de neiging te barsten omdat zijde altijd wat flexibel blijft; het tissue er bovenop 'fixeert' de zijde. En alleen dik tissue is op zich sterk genoeg, maar gevoelig voor beschadigingen; je prikt er gemakkelijk doorheen.

De zijde wordt nat opgebracht, met spanlak. Eerst wordt een stuk zijde op maat gesneden met een scalpel langs een stalen liniaal, of zoals ik het doe langs een aluminium T profiel. De maat wordt rondom aan de ruime kant genomen.

De zijde wordt vervolgens nat gemaakt

De zijde wordt dan langs de stoelleuning glad uitgehangen; het mag wat uitdruipen.

De zijde wordt op de vleugel gelegd en eerst in de lengte glad getrokken

Vervolgens wordt de zijde naar voor en achter strak getrokken, waarbij er op gelet moet worden dan de schering en inslag min of meer haaks op elkaar blijft en de draden min of meer recht blijven lopen om kromtrekken van de vleugel tegen te gaan. Dan wordt de zijde rondom het open gedeelte met spanlak vast gezet; dus op de achterlijst, de midden indekking en de vleugelindekking en de vleugeltip.

Als de spanlak de volgende dag droog is, worden de overhangende randen met een scalpel weggesneden.

Ten slotte worden nog de resterende delen van de tippen op dezelfde manier bekleed.

Dan krijgt de zijde twee lagen spanlak, waarbij je de eerste laag met een bijna droge kwast in kleine stukjes moet opbrengen om te voorkomen dat er druppels lak aan de binnenkant van de zijde blijven hangen. Ik ken ook mensen die voor de eerste laag de vleugel boven hun hoofd houden en lakken om die druppels te voorkomen, maar dat lijkt me nogal wat gedoe. Na de eerste laag spanlak wil de zijde wel eens wat rimpelen omdat je de zijde in de lengte harder strak hebt getrokken dan in de breedte, maar deze rimpels verdwijnen bij de tweede laag spanlak, die wat dikker opgebracht kan worden, en dus echt als SPAN lak werkt.

De volgende stap is het bekleden van het model met dun tissue. 


Het dunne tissue wordt ook nat opgebracht. Bij grote vlakken zoals een halve vleugel leg ik het tissue droog op z'n plaats en spuit het dan ter plekke nat.

Het natte tissue zet uit. Maak het weer strak door steeds een deel voorzichtig op te lichten en strak weer neer te vleien.

 

Het nog natte tissue krijgt meteen een 'vette' laag spanlak. Je hoeft niet bang te zijn dat de spanlak door de zijde heen drupt, het water in het papier houdt dat tegen. De spanlak zal wit uitslaan, maar dat komt met volgende lagen weer goed. Dan meteen de andere helft van de vleugel bekleden, en na een uur (als de spanlak op het gevoel droog is) de onderkant.

Bij kleinere vlakken, zoals de romp, leg ik het tissue op een krant en spuit het daar nat.

 

 Alleen de achterkant van de romp wordt met tissue bekleed, de voorste helft is al geglast. Het tissue snij ik met een scalpel en een liniaal op een snijmat, dat werkt nauwkeuriger dan knippen. De romp wordt met 2 stukken bekleed: De ene zijkant met de onderkant, en de andere zijkant met de bovenkant.

De kleinere onderdelen zoals de flaps en de staartdelen, worden op dezelfde manier met dun tissue bekleed. Als het gehele model bekleed is, krijgt het twee dunne lagen spanlak en wordt dan geschuurd met schuurpapier korrel 400.


Na het bekleden is er nog één karweitje voor het lakken/schuren/lakken/schuren etc kan beginnen: het aanbrengen van de vloeistukken tussen romp en vleugel, romp en stabilo en stabilo en kielvlak. Het doel van de vloeistukken is tweeledig: het geeft een breder oppervlak aan de romp om de krachten van de vleugel en de staart tijdens de vlucht op te vangen, en het staat véél mooier! Bijkomend voordeel is dat je in één keer ook minder mooie passingen tussen de romp en de vleugel wegwerkt...
Ik gebruik voor de vloeistukken een pasta, gemaakt van langzaam hardende epoxy en micro balloons.

Ik meng ongeveer 10 gram epoxy (Ik gebruik dun vloeiende lamineer epoxy, de zelfde die ik voor glassen gebruik) in een filmbusje aan, en meng net zoveel micro balloons er door heen tot je een soort stopverf achtige dikte krijgt. Vervolgens moet het model geprepareerd worden. De delen die weer los moeten kunnen, worden beschermd met een vel plastic; hiervoor gebruik ik het doorzichtige stijve plastic wat wel voor op binders van beleidsstukken etc wordt gebruikt. Als er op kantoor opruiming wordt gehouden, vraag ik altijd of ik die plastic vellen mag hebben. Plastic folie is niet geschikt, omdat het niet strak blijft als je je vloeistuk aanbrengt. (Tja, hou zou ik daar achter zijn gekomen?) In het stuk plastic wat de vleugel afschermt, wordt een gat voor de stootstang gesneden, en omdat de voorlijst een pijlstelling heeft, wordt er aan de voorkant ter breedte van de indekking een smalle V uit het plastic gesneden. Het pas gemaakte vel wordt met plakband op de vleugel vastgeplakt, en de romp wordt op de vleugel geschroefd.

Dan wordt de epoxy massa opgebracht, met een stokje of zo. Breng flink wat op!

img2837la2

Vervolgens kun je het vloeistuk vorm geven met een houtje met een afgeronde vorm, of een in vorm geschuurd houten propellerblad.

img2838fk9

De overtollige epoxy kan worden hergebruikt

img2839vj8

Dan komt het 'natte vinger werk' om het vloeistuk voorzichtig nog wat gladder te strijken; dat scheelt straks wat schuurwerk. Zorg er vooral voor dat er voldoende epoxy massa rondom de voorlijst komt. Dat hoeft niet helemaal mooi en netjes afgewerkt te worden, dat gaat ook niet omdat het vel plastic in de weg zit.

img2840ut1

Het is het beste als je in één sessie alle 4 kanten van de romp/vleugel verbinding afwerkt.

img2842ha1


Het wordt tijd om het verhaal van de vloeistukken eens af te maken; anders blijft het zo hangen! We waren er bij gebleven dat de vloeistukken van lamineer epoxy gemengd met micro balloons op elke verbinding tussen de romp met de vleugel en de staart waren aangebracht. Als de boel de volgende dag goed is uitgehard, kan het plakband waarmee het beschermende plastic vastgehouden wordt, worden los gehaald. Dan kunnen de boutjes waarmee de vleugel vast zit, worden losgeschroefd, en de vleugel voorzichtig worden losgetrokken. Pas op dat je niet ergens per ongeluk de vleugel aan de romp hebt vastgeplakt! Het resultaat ziet er dan zo uit:

Vervolgens kan de vleugel weer gemonteerd worden, en moeten de vloeistukken verder glad worden geschuurd. Begin met een schuurklos de ragdunne randen van de vloeistukken weg te schuren; de buitenste rand van elk vloeistuk moet dik genoeg zijn (pakweg een halve mm) om niet snel te beschadigen als het model uit elkaar geschroefd is. Het glad maken van de holling van het vloeistuk gaat het beste met een grote ronde vijl, een zgn. rattenstaart. Pas wel op dat je niet per ongeluk in het zachte balsa vijlt, want daar zit zo'n vijl zo doorheen!
 

Ten slotte kan het oppervlak van elk vloeistuk met fijn schuurpapier, om de wijsvinger gebogen, licht worden nageschuurd.
Bij het stabilo en het kielvlak gelden de zelfde technieken, alleen moet je extra opletten dat het beschermplastic goed strak om het stabilo past.

 

Eén stuk plastic zit tussen het stabilo en de romp. Dit stuk wordt strak langs de voorlijst omhoog gebogen en vastgeplakt. Omdat de voorlijst een pijlstelling heeft, moet er een smalle wig uit het midden van het plastic worden gesneden; anders wil het plastic niet goed aanliggen. Vervolgens wordt een volgend, plat stuk beschermplastic op het stabilo gelegd; dit moet tot aan het rompschot voor het stabilo rijken. Nadat het kielvlak op z'n plaats is geschroefd, wordt de epoxy massa wordt net als bij de vleugel aangebracht, maar bij de staart moet je extra voorzichtig zijn de boel niet permanent aan elkaar te plakken! Zo nodig moet je na het uitharden de verschillende delen van het vloeistuk met een mes van elkaar snijden, en daarna de schade repareren

img2878an3

Ook hier moeten de vloeistukken na dat alles weer gedemonteerd is, eerst op breedte worden geschuurd, en ten slotte met de vijl op maat gemaakt.

img2883wq8

Het resultaat ziet er dan zo uit!
Inmiddels ben ik aan het lakken/schuren/lakken etc; dat kost enige tijd (vooral omdat ik momenteel door verschillende dingen in beslag wordt genomen), maar als het oppervlak van het model voldoende is voorbereid, begin ik aan het spuiten van het model. Tegen die tijd zal ik verder verslag doen....


De afgelopen maand heb ik verder gewerkt aan het afwerken van de Thundercat II. Alles bij elkaar heb ik ongeveer 8 lagen spanlak gebruikt, waarbij ik na elke 2e laag met korrel 400 waterproof droog geschuurd heb. Ik heb geen poriënvuller gebruikt, omdat een afwerking daarmee al gauw te zwaar wordt. Nadat ik tevreden was over het resultaat, was het tijd om de kist af te plakken voor de eerste kleurlaag. het principe hierbij is dat je met de lichtste kleur begint, in mijn geval wit. Hiervoor heb ik nog een restje verf uit de 80er jaren gebruikt. Ik gebruik liefst Spies Hecker verf, maar andere gerenommeerde auto lak merken voldoen ook goed. Vroeger had je 2 component verf, die meteen brandstofbestendig was. Je kon het kopen per liter of halve liter; een halve liter kostte tweederde van een hele liter dus heb ik van standaardkleuren zoals wit een liter gekocht. En wie wat spaart heeft wat! Om het gebied wat wit moet worden aan te geven, gebruik ik kleine potlood streepjes. Ronde hoeken of lijnen worden via een tekenmal met zacht potlood aan gegeven. Om rechte stukken af te plakken gebruik ik plakband wat de bakker gebruikt om plastic zakken mee af te sluiten; dit plakt niet al te heftig, heeft mooie schone randen en kan zelfs nog een beetje in een bocht worden geplakt. PP heeft me er jaren geleden een heleboel van gegeven, daar kan ik de rest van mijn bouwende leven nog plezier hebben! Voor de scherpere rondingen gebruik ik speciaal plakband van 3M, weer voor auto lak gebruik. Nadat alles afgeplakt is, moet de rest wat niet wit mag worden, met kranten worden ingepakt. Om de kranten goed dicht te plakken gebruik ik tesacrêpe plakband.

Om te kunnen spuiten is er een voorziening nodig waarmee niet de hele omgeving onder de spuitnevel komt. Ik gebruik hiervoor een soort tent, van lappen landbouwplastic in elkaar geniet, opgehangen aan het plafond met nog een lap op de grond. Deze tent is aangesloten op een afzuigventilator. Om te voorkomen dat de ventilator vol met verfnevel komt en de tuin de kleuren van je model aanneemt, wordt ie afgeschermd met een filter uit een wasemkap. De ventilator is in een plaat triplex gemonteerd die in de plaats van een open gezet raam oid gemonteerd wordt. De tent heeft op één hoek een opening (tegenover de ventilator) wat als deur fungeert.
Ik gebruik een compressor van de bouwmarkt, die goed functioneert maar een t... herrie maakt. Goede verhoudingen met de buren zijn daarbij onontbeerlijk! De compressor moet voorzien zijn van een instelbare druk. Op de bus van de verf staat meestal de aanbevolen luchtdruk om te spuiten; meestal is dat 3 tot 4 atmosfeer.
Ik spuit eerst een dun laagje; na de aanbevolen droogtijd (voor de 2K verf is dat 45 min) en dan gaat de 2e en laatste laag er overheen. Nadat de verf droog is (maar nog niet hard) moeten de kranten en het plakband worden verwijderd. Als je hiermee wacht tot de volgende dag is alles veel te hard geworden en dat maakt het moeilijker om het plakband netjes te verwijderen. Het plakband moet langzaam en voorzichtig, en op zichzelf dubbelgevouwen verwijderd worden. Het plakband vooral niet snel of haaks op de oppervlakte wegtrekken, dan is het risico om onderliggende lagen spanlak, of zelfs bekleding mee los te trekken veel te groot.
En als het allemaal weer los is, ziet het er zo uit:

img 3154

Nadat de witte verf was gedroogd, werd het tijd om de naam op het model aan te brengen. Maar hoe moest het mirakel gaan heten? Ik had na Thundercat al Thunderace en Thunderball gebruikt, en Thunderbird is al bezet... Uiteindelijk kwam ik er op uit dat het nieuwe model het toppunt van het gedonder was, en dan past nog maar één naam: de god van de donder! Om de naam en het registratienummer te kunnen spuiten, maak ik een mal uit plakplastic voor kastplanken. Ik teken eerst de letters en cijfers op dun wit papier, plak dit papier met plakband op een passend stuk plakplastic, en snij het geheel dan met een scalpel op een snijmat uit. De letters worden weggehaald, maar er worden stroken plakband over de openingen geplakt om te voorkomen dat de mal vervormt bij het opbrengen. Met potloodstreepjes wordt weer aangegeven waar de mal moet komen, het beschermpapier wordt voorzichtig verwijderd en de mal wordt zo zorgvuldig mogelijk op de juiste plaats gevleid en vastgedrukt. Ik heb met opzet ooit 'kunstzinnige' letters gekozen, dan maakt het niet zo uit als ze niet helemaal nauwkeurig zijn uitgesneden. Nadat alle mallen goed zitten, worden de vleugel en het kielvlak weer op de bekende manier in kranten verpakt. Bij het spuiten is het extra belangrijk om in dunne, niet te natte laagjes te werken omdat de verf gemakkelijk onder de plastic van de mal kruipt. De lijm die bij plakplastic gebruikt wordt is niet echt bedoeld voor ons doel...


De volgende stap is het aanbrengen van de volgende lichte kleur, in dit geval geel. Nu was het kleurenschema van de eerste Thundercat een experiment, en daarom had ik er geen liter verf van gekocht, maar een spuitbus gebruikt. Daar ben ik nu maar mee door gegaan. Spuitbussen werken het beste als de druk in de bus zo hoog mogelijk is, en een goede manier om hier voor te zorgen is de bus op de verwarming te leggen. Als hij goed handwarm is, spuit het erg lekker! Bij spuitbussen is het overigens gemakkelijker om lopertjes te krijgen dan met een verfspuit, omdat je de hoeveelheid verf die je spuit niet in kunt stellen. Ook bij spuitbussen kun je het beste met 2 dunne lagen werken. Ik had ook een lopertje, wat zich gelukkig voorzichtig liet wegschuren, zonder dat ik opnieuw geel hoefde te spuiten.
Bij het nummer van het kielvlak heb ik, zoals hierboven beschreven, eerst de nummers in rood aangebracht, daarna de cijfers die uitgesneden waren weer op de rode cijfers geplakt, en toen het geel gespoten. Wel wat meer gedoe, maar ik weiger principieel om twee kleuren over elkaar aan te brengen!

img 3225

Op dit moment in de constructie van een nieuwe stunter begint zowel het werk als, vrees ik het verhaal saai te worden: Voor de volgende kleur moet weer alles afgeplakt worden! Hoewel zilver de volgende kleur in de reeks licht-naar-donker is, heb ik er nu voor gekozen om eerst het zwart te doen. Het zwart is bij mijn kleurenschema eerder een trimkleur als een hoofdkleur, dus minder oppervlak, vandaar de afwijkende keus. Ik heb metallic zwart gekozen, een erg mooi effect in de zon. Behalve voor dit kleurenschema gebruik ik deze kleur ook wel voor cockpit interieurs en een 'anti verblindingsvlak' op de neus voor de cockpit. Dit zwart komt ook weer uit een spuitbus. Deze acrylverf is nogal 'bijterig' het hecht zich erg goed in de spanlak, en kan zich, als het onder het afplakband kruipt, ook in de vorige kleurlaag vreten. Dit betekent dat vooral de eerste laag dun gespoten moet worden! Deze spuitbuslak is overigens niet brandstofbestendig, voor brandstofmotor aangedreven modellen is een 2K lak er overheen noodzakelijk.
Bij het lostrekken van het plakband gebeurde er een kleine ramp: een fikse strook van het wit op de romp kwam mee! Dit zou bij dit model nog een paar maal gebeuren, en dan steeds op plaatsen waar het model geglast was! De hechting van de spanlak op de epoxy was dus niet voldoende. Ik had dit nog niet eerder zo erg meegemaakt. Volgens mij betekent dat gewoon dat ik eerder steeds mazzel had gehad; per slot van rekening hecht verf per definitie niet goed op epoxy. Inmiddels ben ik er achter dat er een speciale primer bestaat, om als tussenlaag tussen epoxy en lak te dienen. Dat zal ik de volgende keer gebruiken! Al betekent dit wel extra gewicht, maar reparaties van beschadigde plekken doen dat ook, helaas...
Zulke tegenslagen betekenen ook vertraging, want de beschadigde plek moet weer gespanlakt/geschuurd etc worden, en er moet een stukje tissue op maat worden gemaakt om in het 'gat' te passen. Het werkt het beste om de rand van het stukje tissue te scheuren ipv te knippen of snijden. Een rafelige rand is gemakkelijker gelijk te maken met het omringende, niet beschadigde oppervlak. Ik was toch nog wat haastig, dus ik ben bang dat als je het model goed bekijkt, de gerepareerde delen nog te herkennen zijn.
Vervolgens moest het zilver aangebracht worden. Het was weer de bekende nodige uren werk om alles af te plakken en in te pakken.... en mijn verharder en thinner raakten op. Voor een amateur valt het nog niet mee om de juiste spullen te kunnen verkrijgen. De vorige keer dat ik dit soort professionele verf en spullen nodig had, kwam ik na een tip bij de firma Savelkouls op het winkelcentrum Kanaleneiland in Utrecht terecht. Naast het gewone doe-het-zelf spul is deze firma gespecialiseerd in autolak. Ze verkopen onder andere hun eigen verharder en thinner, in halve- en kwart liter bussen, en veel goedkoper dan het zelfde spul van Spies Hecker. Bovendien was de harder van Sp/H altijd beperkt houdbaar; na pakweg twee jaar begon het troebel te worden. En het busje harder van Savelkouls, wat ik daar in 2004 gekocht had, was nu nog steeds bruikbaar!
De eigenaar wist me ook te vertellen dat op thinner gebaseerde lakken niet meer voor het afwerken van auto's mogen worden gebruikt -en dus verkocht- maar als dezelfde lak voor motorfietsen of modelvliegtuigen wordt gebruikt, mag het tot 2010 nog wel worden verkocht! De wereld van de Europese regelgeving is bizar, maar soms pakt het gunstig uit..
De gespoten delen van 'Donar' zagen er na het aanbrengen van het zwart en het zilver als volgt uit: 

img 3219


Dit wordt het laatste stukje over de bouw van de Donar. Na het spuiten van de kleuren, moet er nog een laag blanke 2K lak aangebracht worden. Nu ontstaat er een probleem; tot nu toe werd er steeds een deel van elk onderdeel van het model gespoten en kon je de rest vasthouden terwijl je aan het spuiten was. Dit keer moesten complete onderdelen worden gespoten. Om dit mogelijk te maken heb ik hulpstukjes gemaakt. Voor de roeren en de flaps zijn dat eenvoudige framepjes, waar rondhoudjes (satéprikkers e.d.) in gelijmd zijn om in de gaten voor de roerhoorn en een scharnier gestoken te worden. Voor de vleugel en de romp zijn dat triplex tongen die aan de ophangpunten geschroefd worden; voor het kielvlak is het een taps stuk balsa wat in de opening geklemd wordt. Op deze manier ingespannen, kunnen de kleinere delen gewoon in de hand worden vastgehouden, maar de vleugel is daar te groot voor en wordt in een positioneerbeerbare bankschroef geklemd. Als de boel is gespoten, worden de onderdelen buiten de spuitkabine op een tafel gezet om te drogen.

Na een paar dagen-de lak moet goed hard worden- kan het model worden gemonteerd. De scharnieren worden netjes haaks in de achterlijsten gelijmd, en de roeren en flaps worden er vervolgens op gelijmd. Zorg altijd dat je niet teveel epoxy gebruikt; en het verdient aanbeveling om het middelste scharnierpunt met een beetje vaseline in te smeren. Dan moet er nog pakweg 50 gram tiplood worden aangebracht (bij de Donar niet nodig omdat ik de tiploodkast met lood en al uit de oude Thundercat had overgebouwd!) en de uiteinden van de leadouts tot oogjes gemaakt. De onderstel poten worden in de vleugel gelijmd, en de kist is af! Bij de Donar heb ik de poten en sloffen van de Thundercat kunnen gebruiken. Tenslotte is de kist op de weegschaal gezet en bleek helaas 1705 gram te wegen.... Dus op één of andere manier heb ik ergens een ons verstopt wat ik niet in de gaten had. Gelukkig heeft de Donar een grote vleugel en een sterke motor, dus het moet blijken of het gewicht een negatieve rol zal spelen.
 


 

Joomla templates by a4joomla