Thundercat II - Deel 9

Nu al het hout een plaatsje heeft gekregen, moet nog enige aandacht aan het uiterlijk van het model gegeven worden. Nu houdt ik niet van dichte, opgeschilderde cockpits, dus moet er een doorzichtige canopy en een pilootje komen...

De canopy (ofwel het cockpitkapje) is gesneden uit een 10 inch SIG druppelcanopy. Hij is een kleurbadje van DYLON textielverf lichtblauw gemaakt, om het zicht op het minimale cockpitje wat te vertroebelen! De piloot, een Williams Brothers Sportsman is met Humbrol verf op kleur gebracht. Er zijn ook kant en klaar geverfde pilootjes verkrijgbaar, maar die zijn meestal nogal zwaar. De cockpit ruimte en de romp onder de canopy zijn met een spuitbus zwart gespoten. De piloot en de canopy zijn met epoxy op hun plaats gelijmd; weinig dingen zijn zo irritant als pilootjes die los rammelen! Vervolgens is het tijd om de hele zaak eens in elkaar te steken om te kijken hoe het lijkt.

Vervolgens moet het model aan alle kanten gecontroleerd worden of de vorm in orde is, dat er geen plekken zijn die nog met de schuurklos mooier of gelijkmatiger in vorm gebracht moeten worden. Ben je tevreden over de vorm, dan is het zaak om het model glad af te werken. Ik begin met korrel 380, een geel gekleurd, vrij open schuurpapier. Hiermee worden alle vlakken van het model met een schuurklos zo glad mogelijk gemaakt. Dit hoort flinke stofwolken op te werpen! Dan worden alle gebogen delen van het model met ditzelfde schuurpapier uit de losse hand geschuurd. Tegelijk worden alle kleine spleetjes dichtgesmeerd met Model Lite balsa plamuur, en weer gladgeschuurd. Model lite is een waterverdunbare plamuur op basis van microballoons, super licht. Ben je tevreden over het effect van deze schuurbeurt, dan moet je alles nog eens dunnetjes overdoen met schuurpapier van korrel 600. Voelen alle onderdelen lekker glad aan en zijn geen onvolkomenheden meer te ontdekken, dan is het tijd voor de afwerking.
De afwerking is in drie fasen. Eerst worden de voorste helft van de romp tot achter de vleugel, de romp onder het stabilo en het middendeel van de vleugel met dun glasdoek (20 gram per vierkante meter) en epoxy bekleed. De epoxy is lamineerepoxy, een mooi dun materiaal wat na 24 uur uitgehard is.

Het glasdoek wordt zo glad mogelijk over de te bekleden oppervlakte uitgespreid. Doordat glasdoek erg los geweven is, is het mogelijk om het doek zo te vervormen dat het zich over behoorlijk ingewikkelde curves laat vleien. Vervolgens wordt er een 'rups' van vloeibare epoxy over het model uitgegoten, wat met balsa spatels en een stug kwastje door het doek heen over het balsa verspreid word. Met de balsa spatels wordt uiteindelijk over het glasdoek geschraapt om zoveel mogelijk epoxy te verwijderen. Het oppervlak van het beklede deel moet mat ogen; als het glimt zit er teveel epoxy op.

Als de volgende dag de epoxy is uitgehard, kunnen de uitstekende stukjes en randen glasdoek met een scherp mesje en schuurpapier worden verwijdert en het glas doek voorzichtig gladgeschuurd.
Dan komen de eerste lagen spanlak. Het hele model krijgt een laag nitrocelluloselak ofwel spanlak. Om te voorkomen dat er onderdelen kromtrekken wordt de lak geplastificeerd. Dit betekent dat er per jampotje spanlak (het is sowieso gemakkelijker om de lak van het literblik per portie in een jampotje te doen) een twaalftal druppels wonderolie toegevoegd en goed doorgeroerd. Alleen de capstrips van de vleugel krijgen geen spanlak, omdat ze anders kromtrekken. Na de eerste laag worden alle gelakte delen met schuurpapier korrel 600 glad geschuurd, en krijgt alles een tweede laag, die ook weer wordt geschuurd. Nu is het model klaar voor de volgende bekleding.

Joomla templates by a4joomla